Hulpverlening - Solidariteit - Pleitbezorging
De diaconie is een van de oudste ambten in de kerkgeschiedenis. Het woord zelf komt uit het Grieks: diaconos wat "dienaar" betekent, of diaconia wat "dienst" betekent..
In Handelingen 6 wordt de oorsprong van de
diaconie voor het eerst beschreven:
Toen het aantal leerlingen toenam, ontstond er
op een gegeven moment ontevredenheid bij de Griekstaligen, die de
Arameessprekenden verweten dat de weduwen uit hun groep bij de
dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld. 2 Daarop riepen de
twaalf apostelen de voltallige gemeenschap van leerlingen bijeen
en zeiden: Het is niet goed dat wij de zorg dragen voor de
gemeenschappelijke maaltijden, want daardoor verwaarlozen we de
verkondiging van Gods woord. 3 Kies daarom, broeders en zusters,
uit uw midden zeven wijze mannen die goed bekendstaan en vervuld
zijn van de heilige Geest. Aan hen zullen we deze taak opdragen,
4 terwijl wij ons zullen wijden aan het gebed en aan de
verkondiging van het woord van God. 5 Alle leerlingen
stemden met dit voorstel in. Ze kozen Stefanus, een diepgelovig
man, die vervuld was van de heilige Geest, en verder ook Filippus,
Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs, een proseliet
uit Antiochië. 6 Ze lieten deze mannen plaatsnemen voor de
apostelen, die een gebed uitspraken en hun daarna de handen
oplegden.
Een andere diaconale gebeurtenis wordt beschreven in Lukas 10.
Toen vertelde Jezus
hem het volgende: Er was eens iemand die van Jeruzalem naar
Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers, die hem
zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood
achterlieten. 31 Toevallig kwam er een priester langs, maar toen
hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen.
32 Er kwam ook een Leviet langs, maar bij het zien van het
slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen. 33 Een
Samaritaan echter, die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem
zag liggen. 34 Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en
wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem op zijn eigen
rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde.
35 De volgende morgen gaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei:
Zorg voor hem, en als u meer kosten moet maken, zal ik u
die op mijn terugreis vergoeden. 36 Wie van deze drie is
volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?
37 De wetgeleerde zei: De man die medelijden met hem heeft
getoond. Toen zei Jezus tegen hem: Doet u dan
voortaan net zo.
Maar eigenlijk begint diaconaat al in Genesis, het allereerste bijbelboek, waar God de mens vraagt om zorg te dragen voor mensen, dieren en planten. Het alleroudste ambt is dus eigenlijk dat van diaken!
Iedere gedoopte wordt geacht dienstbaar te worden aan anderen,
geheel in de geest van Jezus. diaconia is daarmee een kerkelijk
begrip geworden. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat niemand
dienstbaar kan zijn buiten de kerk. Alleen wordt dan niet
gesproken van diaconie, maar worden begrippen gebruikt als actie,
hunanisme, belangenbehartiging etc.
De diaconie doet dan ook op ieder
gemeentelid een beroep om op grond van Zondag 21 van de
Heidelberger Catechismus, vraag en antwoord 55, de naaste te
dienen zowel geestelijk als maatschappelijk.
Zondag 21, vraag en antwoord 55:
Vraag: Wat verstaat gij door "de gemeenschap der heiligen"?
Antwoord: Eerstelijk, dat de gelovigen, allen en een iegelijk,
als lidmaten aan de Heere Christus en al Zijn schatten en gaven
gemeenschap hebben. Ten andere, dat elk zich moet schuldig weten,
zijn gaven ten nutte en ter zaligheid der andere lidmaten
gewilliglijk en met vreugde aan te wenden.
In Mattheus 25 staat: De Heere roept de
rechtvaardigen tot Zijn rechterhand, die hongerigen hebben gevoed,
dorstigen te drinken hebben gegeven, naakten hebben gekleed en
vreemdelingen hebben geherbergd.
bovenkant
pagina
Sinds de tijd van Genesis heeft de diaconie een
hele ontwikkeling meegemaakt.
De vroegste christengemeenschappen kenden al speciaal aangestelde helpers: de zogenaamde diakens. Zij hadden onder meer tot taak te zorgen voor degenen die zich aan de rand van de samenleving bevonden, weduwen en wezen meestal. Het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) heeft het ambt van permanent diaken ingesteld. Daardoor is van de dienst aan mensen een kerkelijk specialisme gemaakt.
Sinds de Middeleeuwen spelen in het kerkelijk denken over diaconie de zogenaamde "Werken van barmhartigheid" een grote rol. Het zijn zogenaamde liefdewerken: als een mens uit liefde tot God zijn naaste bij wil staan, verricht hij deze werken. De kerk onderscheidt geestelijke en lichamelijke werken van barmhartigheid.
De geestelijke werken van barmhartigheid richten zich op de ziel van de medemens. Het zijn er zeven: zondaars vermanen, onwetenden onderwijzen, bedroefden troosten, in moeilijkheden goede raad geven, onrecht geduldig lijden, beledigingen vergeven, en voor de levenden en overledenen bidden.
De lichamelijke werken van barmhartigheid
richten zich op het lichaam van de medemens. Als het gaat over
de werken van barmhartigheid worden meestal, zonder
nadere toelichting, de lichamelijke werken bedoeld. Het zijn er
zeven: de hongerigen spijzen, de dorstigen laven, de naakten
kleden, de vreemdelingen herbergen, de zieken bezoeken, de
gevangenen bezoeken, en de doden begraven.
De kerk heeft in Nederland een lange en gerespecteerde
diaconale traditie. In de negentiende eeuw en de eerste helft van
de twintigste eeuw kreeg de kerkelijke barmhartigheid vooral
gestalte in armenzorg, ziekenzorg en het verzorgen van onderwijs.
Veel van het werk dat door de kerk werd gedaan is na de Tweede
Wereldoorlog door de overheid overgenomen.
Aan het eind van de 19e eeuw waren er bijvoorbeeld de
diaconale penningen, door de diaconie uitgereikt aan de armen die
er dan een oud brood van konden halen. Geen vers brood, want dat
was niet bedoeld voor de armen..... In ruil daarvoor moesten de
gezinnen dan iedere zondag naar de kerk komen, waar een plek
achter de preekstoel voor hen gereserveerd was. Voor het oog van
diakenen! Tegenwoordig gaat het gelukkig anders.
Naarmate de verzorgingsstaat zich ontwikkelde,
trokken de kerkelijke instituten zich terug en kreeg
maatschappelijk werk een algemeen karakter, ontdaan van
godsdienstige betekenis. Wel lijkt wat dit betreft de laatste
jaren sprake van een zekere kentering. In de kerk is het
bewustzijn toegenomen dat geloven altijd dienen is; diaconie
wordt weer tot de normale activiteiten van een kerkgemeente
gerekend. Van de andere kant trekt de overheid zich terug: er
vindt een zekere afbouw van de verzorgingsstaat plaats. Er is dan
ook sprake van een diaconale opleving, zeker in de kerkgemeentes.
bovenkant
pagina
De meeste gemeenten spannen zich met allerlei projecten in voor de ontwikkelingslanden, het milieu en de oosteuropese landen. Wat Nederland zelf betreft, richten de meeste diaconale activiteiten zich in kerkgemeentes er op, mensen volwaardig aan het maatschappelijk leven te laten deelnemen. Al naargelang de concrete omstandigheden wordt hulp gegeven aan zieken, ouderen, vereenzaamden, rouwenden, baanlozen, migranten, vluchtelingen, asielzoekers, ex-gedetineerden of woonwagenbewoners.
Diaconale hulp wordt vaak in het verborgene gegeven.
Buitenstaanders weten vaak niet dat er hulp gegeven wordt. Zelfs
binnen de diaconie zijn de namen niet altijd bekend, en weten
alleen de betrokkenen diakenen om wie het gaat. Het is een
maatschappelijk gegeven dat armoede eigenlijk een verborgen
probleem is, er is een sfeer van schaamte en taboe.
Daarnaast wordt ook hulp in het groot gegeven, zoals het geven
van een gift na een natuurramp, of aan maatschappelijke of
liefdadigheidsinstellingen. Collectes zijn altijd voor een
bepaald doel bestemd.
Een omschrijving van de huidige diaconie kan zijn:
Een roeping van de christelijke gemeente om oog en oor te hebben
voor vergeten, veronachtzaamde groepen van mensen, die worden
verdrukt of die in de knel zijn geraakt, maar ook voor toestanden
in de maatschappij die dit veroorzaken of verergeren.
Het diaconaat wordt gedaan door veel mensen. Als het goed is
door iedereen, maar in het bijzonder door de kerkleden. Eigenlijk
is iedereen diaken! Toch zijn er diakenen: hun taak is om dit te
stimuleren, coordineren en stimuleren en uiteraard ook om
daadwerkelijk hulp te bieden.
Wat is dan het diaconaat? Wat zijn dan de taken? Het
collecteren is voor iedereen zichtbaar, net als uitdelen van wijn
en brood tijdens het Heilig Avondmaal. Het geld wat tijdens de
collectes opgehaald wordt, moet beheerd worden en ook weer
uitgegeven worden aan personen en organisaties die dit nodig
hebben. Daarnaast houdt de diaconie zich ook bezig met
maatschappelijke ontwikkelingen zoals armoede en de nieuwe wet
WMO.
Daarnaast
is een diaken ook lid van de kerkenraad. Hij beslist dus mee met
wat er binnen de plaatstelijke kerk gebeurt en vertegenwoordigt
de plaatselijke kerkgemeente. Een diaken is dus
medeverantwoordelijk voor het geheel van de plaatselijke kerk.
Wist u dat de diaconie een eigen rechtspersoon is? De diaconie
kan kopen en verkopen, bezittingen hebben; geld hebben, verwerven
en uitgeven naar eigen goeddenken.
bovenkant
pagina
Een speciale plaats kan het jeugddiaconaat innemen: diaconaat
vóór jongeren, mèt jongeren en/of dóór jongeren.
Diaconaat voor jongeren is eigenlijk voor hulp aan jongeren in de
knel: drank/drugs, achterstandsituaties, gehandicapten, moeilijke
gezinssituaties (ouders verslaafd). Diaconaat voor jongeren wordt
uitgevoerd door diakenen.
Diaconaat met jongeren betekent dat er sprake is van samenwerking
met de "ouderen" van de diaconie, maar ook samenwerking
met andere organisaties, met andere (randgroep) jongeren. In deze
vorm werken jongeren samen met diakenen aan een taak.
Diaconaat dóór jongeren wordt geheel
zelfstandig door jongeren uitgevoerd: meegaan met gehandicapte
jongeren, activiteiten is asielzoekerscentra, verzorgingstehuizen
etc. Maar ook acties op poten zetten voor organisaties veraf na
bijvoorbeeld natuurrampen of ontwikkelingswerk (uitzending, World Servants
en kijk ook eens hier).
Binnen de diaconie kan een jeugddiaken actief zijn om dit te
coordineren, contacten te onderhouden, intitiatieven te nemen,
meehelpen bij uitvoering, overleg met jeugdwerkers binnen en
buiten de kerk. En ook nog gewoon diaken te zijn....
bovenkant
pagina
Tot slot de kernwoorden die aan het begin van deze pagina
staan.